Van september 1984 tot februari 1985 verblijft Nicole Montagne een half jaar in de Tsjechoslowaakse hoofdstad Praag. In Tsjecho-Slowakije is Gustav Husak aan de macht, in Rusland Joeri Andropov. De herfst van dat jaar is zonnig en warm, de winter daarentegen ijzig koud, met temperaturen tot min 20 graden.
Aanvankelijk verblijft Nicole met een vriendin in de woning van een bevriende Tsjech. Het huizenblok bevindt zich in de straat Jelení, in de wijk Hradcany, op een steenworp afstand van de Praagse burcht. Menig keer wanneer Nicole ’s avonds naar huis loopt, bevangt haar het idee in een volstrekt andere tijd te leven. Alles is stil, alles is vreemd, geheimzinnig vooral, werkelijk alles is anders.
Na zes weken wordt het Nederlandse tweetal ‘verraden’ door een hardnekkige, in de leer gelovige gangbewoner. Hals over kop moeten zij de woning verlaten. De Tsjechische vriend wordt een verdere omgang met niet-kameraden verboden.
Vervolgens huren zij een etage in de wijk Dejvice, Praag 6. Vanaf het balkon is de burcht zichtbaar. Tijdens wedstrijden valt het gejoel dan wel het gemor te beluisteren van voetbalsupporters in het zo beroemde Spartastadion. Beneden woont een gezin met twee kinderen. In de kelder woont de grootvader van het gezin. De keuken van de gehuurde etage wordt ingericht als werkplaats.
Nicole heeft contact met de Tsjechische grafische kunstenaars Jana en Jiri Bouda en zij bezoekt het grafisch atelier van de ‘meesterdrukker’ Thomas Svoboda. Tijdens dit verblijf ontmoet zij tevens de filosoof Ivan Dubsky en diens vriend, de graficus Zdenek Bouse. Vijftien jaar later komt zij erachter dat Zdenek Bouse optreedt in het boek De tedere barbaar van Bohumil Hrabal, als kameraad van de inmiddels overleden kunstenaar Vladimir Boudnik, heden cultfiguur.
Zij bezoekt de musea en galeries van Praag en diverse grafische kunstenaars. Het ambachtelijk niveau van de Tsjechische grafiek ligt hoog, aansluiting met wat er in de hedendaagse kunst gebeurt, is er nauwelijks. Officieel is veel verboden. Binnen het inofficiële circuit wordt echter alles, voor zover mogelijk, nauwlettend gevolgd en besproken.
In deze periode maakt Nicole voornamelijk houtsneden en leest zij boeken die zij betrekt uit de staatswinkel van de NDR, de Nemecká Demokratická Republika, ofwel de DDR. Het is een allegaartje: een biografie van Rosa Luxemburg, twee mooi uitgegeven banden van Marx en Engels over kunst en cultuur, een roman van Romain Rolland (ein guter Mensch, zoals een vriend hem aanprees), gedichten van Emile Verhaeren (das Leben das Leise, das Leben das Wilde) en gedichten van Goethe, zij bestudeert professor Vierkandt die zijn licht laat schijnen over Der Dualismus im modernen Weltbild, leest Lev Tolstoj en een prachtige jeugdnovelle van Poesjkin. Daarnaast oefent zij haar Tsjechisch met behulp van kinderboeken.
Na twee maanden raakt Nicole haar paspoort kwijt. Wanneer zij dit sneeuwstampend en bezorgd meldt bij de vreemdelingenpolitie, welk instituut zetelt in een gebouw met per etage minstens vijftig deuren, wordt zij door een ijzeren dame gesommeerd het land nog voor het vallen van de avond te verlaten. Er volgt een onstuimige rit per taxi langs alle plekken die zij die week heeft bezocht: café’s, restaurants, staatsbanken en vrienden. Uiteindelijk blijkt het paspoort al dagen aanwezig op het bureau van de vreemdelingenpolitie zelf. Het wordt door de ijzeren dame met een kort gebaar voor Nicole op tafel gesmeten. Vervolgens verdwijnt deze dame door een van de vele, vele deuren om nooit meer in het leven van Nicole Montagne terug te keren. Hoofdzaak is echter dat Nicole mag blijven.
Een bonte stoet van mensen zal tijdens dit verblijf aan haar voorbij trekken: kunstenaars, filosofen, diverse schrijvers, dissidenten, een brandweerman, een priester, een zeeman, een ex-studente van Kokoschka, een gokverslaafde, een chemicus, een ijzersmid, een vrouwelijke arts, talloze taxichauffeurs, grenswisselaars, een compleet naai-atelier, een blinde zangeres, zigeunermeisjes, Tsjechische en Russische studenten, soldaten op verlof, infiltranten, stamgasten, vertalers, en vele, vele anderen.
Het verblijf in Praag beschouwt zij thans als een van de meest bizarre en mooiste perioden uit haar leven.